Into Malawi

by Michel Groenenstijn on 16 July 2010

De laatste kilometers in Tanzania leiden ons opnieuw langs de mooiste plekken. Het asfalt slingert zich een weg door bos, grasland, theeplantages en langs steile bergen. Verscholen tussen de bananenbomen staan hier en daar huisjes of hutjes, en overal zijn mensen. Torsend met een grote bos hout op hun hoofd, fietsend tegen de berg op, in kleine groepjes in gesprek of – waar het kinderen betreft – spelend en schreeuwend in hun plezier.

De grens is voor de verandering een breeze, en een half uur later staan we in Malawi. Zoals bij bijna elk nieuw land verandert de omgeving plotseling, en we bevinden ons ineens in laagland, rijdend tussen drassige rijstplantages. Links van ons vangen we af en toe een glimp op van Lake Malawi, het enorme meer waaromheen het land zich gevouwen heeft.

Het duurt echter niet lang voor we weer omhoog rijden, en vanaf een heuvel het meer in volle zon – en glorie – zien liggen. We zijn op weg naar Livingstonia, een oud koloniaal dorp hoog in de bergen. Een tip van een andere reiziger, en de perfecte afstand om vandaag niet meer dan vier, vijf uurtjes te rijden.

We staan nog helemaal beneden de berg als de GPS aangeeft dat het nog maar tien kilometer is. Op de route zien we al het typische gekronkel van de weg om ons te laten weten dat het omhoog gaat  – en hoe. Het smalle pad is meer rots dan zand, net breed genoeg voor één auto, en kronkelt zich in een lange reeks messcherpe haarspeldbochten naar boven. We doen het rustig aan, minstens zoveel voor onze eigen gemoedsrust als voor de auto’s, en een uur later staan we bij het bordje Lukwe Lodge & Camping, onze eindbestemming voor de dag.

De lijst met mooie plekken wordt onderhand zo lang dat het moeilijk is ‘m te onthouden, maar waar we nu zijn verdient een plaatsje ver bovenaan. Terwijl ik dit type kijk ik uit over een diep, weelderig dal. Tegenover ons een met bomen bezaaide helling, en in de verte golven bergen en heuvels weg naar de horizon. Het gerommel van de waterval vlakbij weerkaatst tussen de rotswanden naar boven. De zon komt rechts op, en maakt van Lake Malawi een fel zilveren spiegel.

Het terras en de bar zijn geheel van hout, en opgezet om van het uitzicht maximaal te genieten. De meeste bomen zijn blijven staan en nauw verweven met de lodge, waardoor je het gevoel hebt midden in de natuur te zitten. Toiletten werken met compost, het water en het bier worden door de zon verwarmd en gekoeld.

Onderdeel van deze plek is een enorme tuin, die dient als voorbeeld voor communities hier, en waar boeren leren om duurzaam te werken. Ons avondeten komt uit de tuin, en is by far de lekkerste maaltijd die we onderweg gehad hebben. Vanmiddag rijden we – met moeite – verder naar het zuiden, om ergens aan het meer ons kamp op te slaan. Maar hier kom ik nog eens terug, dat is zeker.

Deel dit bericht op:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks

Leave a Comment

Previous post:

Next post: