Bakunda*
Hier en daar lopen er wat varkens door de straat. Of nou ja, straat. Een breed, stoffig zandpad is een beter woord. We zijn in Bakunda, een piepklein dorp op twintig minuten rijden van Masaka, en hier is het echt zoals je het je voorstelt.
Het gat heeft zijn bestaan te danken aan het feit dat het langs een asfaltweg ligt, waar regelmatig bussen en vrachtwagens overheen rijden. Misschien tien of twintig huizen, een schooltjes, wat winkels - of eigenlijk een soort marktkraampjes met een dak - en veel mannen die een beetje op straat hangen.
Hier leeft men nog bijna helemaal ‘primitief’: geen stromend water, gaten in de grond als toilet, voor het eten afhankelijk van het weer en de oogst. Er is in principe stroom, hoewel die alleen al tijdens ons verblijft van één nacht twee keer uitvalt.
We slapen bij een host family, een weduwe met vier kinderen die in één van de weinige stenen huizen woont. Het eten wordt klaargemaakt boven een houtvuurtje en bestaat uit een soort bananen-stamp (gewikkeld in bananenbladeren), casave en wat erg lang gekookt rundvlees. Als we een uur na het eten ons bed inkruipen hopen we dat we er niet te vaak uit hoeven - de wc zit vol met kakkerlakken.
De volgende dag bezoeken we een aantal projecten. Hiervoor moeten we met een boda-boda (het lokale vervoersmiddel, een soort kruising tussen een motor en een brommer, waar je alleen of met z’n tweeen achterop kan zitten - later meer hierover) nog zo’n 20 minuten verder het binnenland in.
Hier wordt het echt 100% ruraal. Zandwegen, af en toe een huisje, elk met een eigen klein stukje grond waarop bananen, sweet potatoes of groundnuts worden verbouwd. Men leeft hier grotendeels van subsistence farming: boer zijn voor je eigen eten, om te overleven. Het eenvoudige leven staat in schil contrast met de ongelofelijk pracht van de omgeving, totaal onverpest door menselijke tussenkomst. Zo ziet het er dus uit, ongerepte natuur.
We komen aan bij een schooltje, Primary 1 tot Primay 7, de basisschool. Sommige kinderen hebben nog nooit een blanke gezien, en het lijkt of ze denken dat we spoken zijn. De kleintjes beginnen keihard te huilen en verschuilen zich achter de benen van de grotere kinderen of een leraar. Maar als duidelijk wordt dat we eigenlijk ook best normaal zijn gaat het al snel beter.
Elke klas heeft hier zijn eigen ‘optreden’, in de vorm van een liedje met dans, en omdat wij er zijn komen alle kinderen samen om klas voor klas hun optreden te doen. Het is ontzettend grappig en aandoenlijk, en ook hier zitten enkele zangeressen in de dop bij.
’s Avonds zijn we terug in de bewoonde wereld, en hebben we weer stroom en een lauwe douche. Hoe geweldig de dag ook was, we zijn toch wel blij met dit kleine beetje luxe.
*Geschreven en gebeurd voordat we malaria kregen.
Tamara Bosboom — July 3rd, 2008 at 07:42
He hallo,
Ik dacht kom laat ik eens kijken hoe het met jullie gaat. Nou ik schok wel even om te horen dat jullie malaria hebben gekregen. Hopelijk gaat het allemaal goed en zijn jullie weer heerlijk aan het genieten. Fijne tijd nog en spreek jullie snel.
Groetjes Tamara