Held

by Michel Groenenstijn on 1 May 2008

Laatst vroeg iemand in de stad me wie mijn held was. Niet zomaar, maar omdat ze op een strategisch gekozen kruispunt stond namens een goed doel. Ik heb wel iets met goede doelen, dus meestal laat ik me zonder morren aanspreken om aan te horen wat ze willen vertellen. Marktonderzoek, zullen we maar zeggen.

Het was voor Artsen zonder Grenzen. De bedoeling was dat ik met een leuke held aankwam

(ik wist niks! ja nou, ik wist wel wat, maar ik dacht, ja als ik nu namen ga roepen dan zegt het jou toch niks; en bovendien, ik heb zovéél helden – ik kom ze bijna dagelijks tegen, in m’n werk, op Internet, op TV, ga maar door; het werd uiteindelijk een laf gemompeld ‘doe maar Nelson Mandela’)

zodat zij kon zeggen: ‘Weet je wie mijn helden zijn?’. Waarop ik trouw mijn rol vervulde en quasi-verbaasd zei, ‘Neeeee, vertel?’. ‘Dat zijn de mensen van Artsen zonder Grenzen.’ … (stilte) ‘Zal ik je ook zeggen waarom?’ ‘Doe maar.’ ‘Omdat ik vind dat zij een held zijn, want zij riskeren elke dag hun huid en haar om mensen in gebieden als Darfur, Congo en Afghanistan te helpen.’

Tjah, wat moet je daar tegenin brengen. Niks dus. Of ik niet ook vond dat hun werk heldhaftig was, ja, zeker, en wilde ik dan donateur worden. Nee, sorry. Ik steun al een handvol goede doelen, en probeer bovendien zelf ook nog weleens wat te doen. Ze geloofde me maar half zag ik, maakt ook niet uit, en ze had natuurlijk gelijk dat ik die 2 of 4 of whatever hoeveel euro per maand best kon missen. Het afruilen tegen een donateursschap Be More wilde ze dan weer niet; ze had haar helden al gekozen tenslotte.

Maar dat allemaal terzijde, want vanavond – en eigenlijk al veel eerder – wist ik ineens wie een plek moest krijgen in dat rijtje helden. Jan Pronk. Ik plaatste een tijd geleden al een speech van ‘m hier. Geen held om wat ‘ie zegt, dat is behalve heel goed verwoord niet uniek, maar omdat hij het constant blijft zeggen. En omdat hij niet totaal het geloof in alles en iedereen verloren heeft.

Het gaat natuurlijk om Darfur. Zo’n 14 jaar geleden riep iedereen, de hele wereld, dat iets als Rwanda met bijna een miljoen doden in honderd dagen nooit meer zou gebeuren. Schande eigenlijk al, dat na de ervaringen van de Tweede Wereldoorlog zoiets nog kon. Maar nooit, nooit meer, zou zoiets plaatsvinden.

Of nou ja, nooit meer. Mjah. Nooit meer als het ons een reet kan schelen natuurlijk. Anders maakt het niet zoveel uit. Dan kan het best nog wel een keer. Want zoveel maakt Darfur blijkbaar niet uit. nrc.next sluit elk bericht over Darfur altijd af met een zin in de trant van: “Sinds het uitbreken van het conflict zijn er al meer dan 200.000 mensen omgekomen. Naar schatting twee miljoen mensen zijn op de vlucht.” Alsof je het anders zou vergeten.

Wat ik me dan afvraag is dit: als je nou politicus, of politiek leider, bent van een klein landje als het onze. Welvarend, niet al te veel invloed maar ook niet niks, wat belet je dan om niet elke gelegenheid aan te grijpen om Darfur te bespreken. Bij Poetin. Bij Bush. Bij de VN. Bij de EU. Donder maar op met je gaspijp of je luchtvaartverdrag. Toegegeven, er zijn meer conflicten en er worden overal mensen vermoord, maar de schaal en de manier waarop hier is toch wel totaal iets anders. Word je dan als land niet meer serieus genomen? Is dat het? Zien ‘ze’ je als zeurpiet als je het telkens maar over dat ene ding hebt? Is het economisch niet verantwoord?

Of zou je, als er dan heel misschien toch ooit iets gebeurt vanuit het Westen om de ellende een halt toe te roepen, ooit, het land zijn dat onvermoeibaar en zonder eigenbelang heeft gestreden voor Darfur? Of dat als het, godverhoede, niet gebeurt in ieder geval oprecht en zonder schaamte kan zeggen: “aan ons heeft het niet gelegen”. Ben je dan niet pas echt een held?

Deel dit bericht op:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Bookmarks

Leave a Comment

Previous post:

Next post: